Opdracht 5: stel richtbudgetten vast
Bij de vorige opdracht heb je je uitgaven in kaart gebracht. Toen stelde ik al voor om ze met je begroting te vergelijken… Nu gaan we daar definitief een klap op geven.
We gaan namelijk een definitief en haalbaar budget opstellen:
- Per categorie
- Per maand en per week
Ook maken we een lijst van alle onderdelen waarmee je aan de slag wil. In de opdrachten hierna kijken we hier in detail naar.
Stap 1: Vergelijk de categorieën van je begroting en je uitgaven
Door alle categorieën naast elkaar te zetten, krijg je een helder overzicht van jouw wensen en de werkelijkheid. Het is direct duidelijk waar je op wil danwel moet bezuinigen. Dat geeft je een richtlijn voor de komende opdrachten. Hiervoor kun je het overzicht Het budget gebruiken.
Het budget
Stap 2: Maak een realistisch budget per categorie
Als je je begroting en uitgaven hebt vergeleken, kun je een realistisch budget per categorie opstellen. Let op: het totaal mag nooit meer zijn dan je inkomen.
Wat is een realistisch budget?
Een realistisch budget vaststellen is geen exacte wetenschap. Je moet altijd uitgaan van je inkomen. Je mag nooit meer budgetteren dan dat er binnen komt. Als blijkt dat jouw begroting (op basis van je inkomen) en je uitgaven heel ver uit elkaar liggen, kun je maar 1 ding doen… Besparen.
Niet je vaste lasten
Het zal je niet direct lukken om op je vaste lasten te besparen. Op termijn vast wel, maar daar kun je op dit moment nog even niet vanuit gaan. Binnen je budget kun je dus het beste je vaste lasten dichtbij je huidige uitgaven laten staan.
Wat dan wel?
Schroef eerst je budget voor boodschappen, vrije tijd en kleding terug, als je geld tekort komt. Op die categorieën kun je meestal relatief snel bezuinigen. Je kunt bijvoorbeeld met jezelf afspreken dat je drie maanden geen kleding koopt. Kom je dan nog steeds niet uit? Schroef dan je boodschappenbudget met 10% naar beneden. Speel net zo lang met de getallen tot het klopt.
Stap 3: Maak richtbudgetten
Nu hoef je niet constant op alle categorieën te letten. Dat is heel veel werk en levert niet per se wat op.
Wat beter werkt is om maximaal 7 categorieën te kiezen waar alles binnen past. Dat is dan bijvoorbeeld:
- Vaste lasten
- Boodschappen
- Persoonlijke verzorging
- Vrije tijd en cadeaus
- Vervoer
- Overige variabele lasten
- Sparen
Klaar?
Nu heb je in basis alles in kaart gebracht wat je nodig hebt om goede financiële beslissingen te kunnen nemen. Goed gevoel geeft dat hè!


